Overkomt jou dat ook vaak? Dat mensen in je omgeving of op tv woorden gebruiken waarvan je nekharen overeind gaan staan? Ik kan me er dood aan ergeren. Hoeveel irritante taal kan een mens verdragen? Dat is heel persoonlijk, maar mijn ergernissen over irritant taalgebruik (irritaal) bleven zich opstapelen en op een gegeven moment was mijn grens bereikt. Dat was het moment waarop ik besloot mijn mentale vaatje met taalergernissen af en toe te legen in een weblog. Ik waardeer ieder woord of iedere uitspraak van 1 tot 10 op de irrischaal. Mijn waarderingen zijn uiteraard volkomen subjectief, dus ik ben zeer benieuwd naar jouw persoonlijke taalergernissen!

Als je reageert op berichten op deze weblog, dan ga je daarmee akkoord met de voorwaarden.

Fluimucil

Krijg je ook wel eens een weeïg gevoel in je buik bij het horen van sommige woorden? Ik moet tegen misselijkmakende associaties vechten bij het horen van woorden als smeernippel, watergruwel en tenenkaas. Sinds kort is daar een woord bij gekomen dat dagelijks op tv wordt geroepen: fluimucil.

Gadverdamme! Fluim-u-cil. Hoe hebben ze het kunnen verzinnen! Voor verkoudheid en overmatige slijmproductie mag je best een middeltje verzinnen, maar welk taalkundig genie haalt het in zijn hoofd om dat fluimucil te noemen?

Bij het horen van fluimucil zie ik een vette, zwetende, puisterige, nasiballenvretende bouwvakker met bijpassend decolleté en een kop vol snot voor me die de geelgroene fluimen luidkeels zijn keel uitrochelt waardoor zijn hoofd knalrood aanloopt en zijn halsaderen bijna knappen. Van die lillende slijmballen met rode adertjes en door nicotine hardgeworden stukjes longweefsel. Ik zeg gadverdamme!

Hoeveel alcohol moet je gedronken hebben om iets weerzinwekkends als fluimucil te verzinnen? Ik zie de reclamemaker al voor me die tijdens een whiskydoordrenkte avond een lijstje met namen voor het nieuwe antiverkoudheidsmiddel van zijn bedrijf verzint: snotpegeline, slijmweg, antirochellium, fluimucil. Zonder nadenken neemt hij het lijstje mee naar het hoofd marketing, die toevallig niet zijn beste dag heeft en lyrisch wordt bij het horen van fluimucil. En voor je het weet spatten de fluimen van het tv-scherm af. Had ik al gadverdamme gezegd? Nee? Gadverdamme!

Zo, dat is eruit. Opgelucht als de bouwvakker is na zijn fluimverlossing, geef ik fluimucil een 8 op de irrischaal.

Missen

Heb ik iets gemist, of is er een werkwoord verdwenen uit het Nederlands? Ik begin het erg te missen. Nog niet zo heel erg lang geleden was het er nog en nu besef ik dat ik het al een paar maanden niet meer gehoord heb. Het is niet zo'n exotisch werkwoord dat het simpelweg niet meer nodig is. Nee, het is heel gewoon en zeker nog nodig, maar het is de nek omgedraaid door een sluipmoordenaar.

De sluipmoordenaar komt uit Engeland en heeft zich een Nederlands kostuum aangemeten. Misleid door zijn onschuldige uiterlijk hebben veel taalgebruikers de moordenaar niet herkend en het slachtoffer onbewust en willoos ingeruild. Er was niets mis met het vermoorde woord, maar door pandemische anglofilie is het nu vermist.

Het moest er bijna nog aan ontbreken of het woord was ook uit het woordenboek verdwenen, maar gelukkig, het staat er nog in. Het werkwoord dat ik mis, is ontbreken. Vermoord door missen. Gelijk een Engelsman beweert een Nederlander tegenwoordig dat er een kaart uit een kaartspel mist, in plaats van ontbreekt. Je kunt die kaart wel missen, maar de kaart kan niet missen, tenzij die bij machte is iets te gooien.

Deze taalmisser is weer een gemiste kans om een anglicisme te vermijden. In niet mis te verstane bewoordingen verklaar ik missen tot mispunt en geef ik dit mislukte werkwoord een 4 op de irrischaal.

Gremium

Heb je ook wel eens de behoefte gevoeld om je collega's met een prachtig, zeldzaam en moeilijk woord te overdonderen? Zo'n woord dat wanneer je het zegt alle aanwezigen doet verstommen en je vol ontzag en bewondering laat aanschouwen? Een woord waarvan jij wél weet wat het betekent en waar een enorme intelligentie van uitgaat? Zo'n woord dus.

Het valt niet mee om er eentje te vinden, maar soms is er een collega die denkt daarin geslaagd te zijn. Die collega is dan vervolgens zo tevreden met zijn trouvaille dat hij het woord gaat cultiveren en het te pas en te onpas gebruikt. Dit overkwam ook een projectleider waarmee ik ooit samenwerkte.

Zodra er een onderwerp werd aangesneden wat in projectleiderstaal out of scope was, deed hij dat af met: '... maar dat is een heel ander gremium.' Bijvoorbeeld: 'We richten ons nu op logische toegangsbeveiliging, maar fysieke toegangsbeveiliging is een heel ander gremium.'

Gremium. Wat een prachtig woord. En het mooie van zo'n woord is dat het nog werkt ook. Zodra hij het zei was iedereen stil en keek wat ongemakkelijk om zich heen. Het was duidelijk dat niemand precies wist wat het betekende, maar dat niet durfde te zeggen. De meesten zullen uit de context van de zin hebben aangenomen dat gremium iets als kennisgebied of expertise betekende.

Als ik een woord hoor dat ik niet ken, dan zoek ik het direct op. Gremium betekent adviescollege of een college van vertegenwoordigers. Ondernemingsraden en de Tweede Kamer der Staten-Generaal zijn gremia. Dit toegepast op de taal van de projectleider geeft bijzondere zinnen: 'We richten ons nu op logische toegangsbeveiliging, maar fysieke toegangsbeveiliging is een heel ander college van vertegenwoordigers.'

Ik heb weinig bezwaren tegen gebruik van dure woorden - ik ben daar zelf ook niet vies van - maar als je dat doet, neem dan wel even de moeite om de betekenis op te zoeken. Anders is het gebruik van dat soort woorden juist geen proeve van intelligentie. Gelukkig bestaat het gremium Irritaal. Dat adviescollege van taalergeraars bestraft abusievelijke utilisatie van eminente woorden als gremium met een 5 op de irrischaal.

Aangeven

Dat premier Balkenende geen natuurlijk overwicht uitstraalt en hard moet werken aan zijn statuur, weet iedereen. Hij blijft zijn uiterste best doen om als leider over te komen en de personificatie van de VOC-mentaliteit te worden, maar het wil nog steeds niet echt lukken.

Een doorzettertje is het wel. Hij blijft steeds nieuwe methoden proberen om zijn natuurlijke autoriteit op te vijzelen, maar iets wat er niet is valt lastig te verbeteren. In ieder geval heeft hij zijn snelle gestamel al tot iets duidelijker hoorbare taal weten te vertragen. Of het ook begrijpelijker is geworden, daar twijfel ik nog over.

Aan zijn woordkeus besteedt hij ook aandacht. Ik vermoed dat velen denken dat zijn veelvuldig gebruik van het woord aangeven voortkomt uit gemakzucht, maar ik denk dat het een weloverwogen strategie is. Als je als de pachter van de waarheid en rechter over goed en kwaad wilt overkomen, dan zeg je niet: 'Ik heb al meerdere keren gezegd dat...', maar 'Ik heb al meerdere malen aangegeven dat ...'

Aangeven impliceert dat je een - ongetwijfeld door God gegeven - inzicht in de absolute waarheid hebt en dat je je discipelen een klein glimpje van je verlichte wijsheid laat zien. Als je iets gewoon zegt dan is dat een mening die zonder pardon van tafel kan worden geveegd. Jan Peter kan er niets aan doen, maar ook regententaal kan hem geen uitstraling van autoriteit geven.

Laat ik aangeven de aangever te willen zijn voor de bestrijding van aangeven. Als Jan Peter als eerste aangeeft dit woord niet meer te gebruiken, dan zal ik er geen 7, maar een 6 aan geven.

De keutel weer intrekken

De titel van dit stuk doet vermoeden dat er een plastisch en geurig verhaal volgt over toiletbelevenissen. Voordat ik dat ontken wil ik daar toch even dieper op in gaan. Het is namelijk van belang voor de afloop van dit verhaal.

Het zich ontlasten op het toilet is een persoonlijke en voor velen ontspannende bezigheid. De techniek van het poepen bespreek je niet zomaar met anderen. Als de kastanjepuree smeuïg de pot in glijdt er is weinig reden tot klagen. Even zitten en weg is het. Meestal zoek je dan ook geen bevestiging bij anderen dat dat toch wel heel erg fijn is. Het wordt een heel ander verhaal als je hoogconsistente kak hebt die indikt tot harde keutels.

Aan de weinige keren dat ik last van harde keutels had hecht ik geen warme herinneringen. Het kost al aardig wat buikspanning, zweet en concentratie om het projectiel voor de uitgang te manoeuvreren en dan moet de grootste inspanning nog worden geleverd. Bij de eerste aanzet tot uitwerping voel je al dat het niet past. Maar goed, er is geen weg terug en de pijn negerend test je dus de rekbaarheid van je kringspier tot het uiterste. Met wat endeldarmmassage probeer je - meestal tevergeefs - de kogel wat torpedovormiger te maken. Net als je besluit dat die harde klont er dan maar voor altijd in moet blijven zitten, kan de poort toch net ietsje verder open dan je dacht en wordt de bruine bom als een raket gelanceerd en butst hij bijkans het porselein.

Dit even om even vast te stellen dat het vrijwel onmogelijk is om een keutel in te trekken. Maar aan dat soort vieze praat waag ik me dus niet.

Er zijn mensen, vooral mensen die kantoren bevolken, die de kunst van het keutelintrekken schijnen te beheersen. In diverse vergaderingen heb ik collega's namelijk horen beweren dat ze die keutel dan maar weer intrekken. Dat suggereert dat de keutel er al half uit hing, wat geen frisse gedachte is als je samen met die persoon in een kleine afgesloten ruimte zit. Vroeger was defaecatie een sociaal gebeuren en kon je volop genieten van het bouquet van alle aanwezigen, maar ik ben blij dat dat geen gewoonte meer is. Maar los daarvan, ik vraag me dan af hoe iemand het voor elkaar krijgt de al in gang gezette lancering af te breken en het geurende goed weer tot zich te nemen. Dat kun je alleen maar voor elkaar krijgen na jarenlange training. Toch maar eens bij de sportschool informeren of er misschien een cursus anusbeheersing voor gevorderden bestaat.

Als je plannetjes vergelijkt met keutels dan riekt er wat. Ik hoop dan vurig dat je plannetje nooit wordt geboren, maar plannetjes hebben nou eenmaal de onhebbelijke eigenschap dat juist wel te doen. Als je plannetje doorgaat komt de keutel er helemaal uit en als het niet doorgaat trek je de keutel weer in. In beide gevallen komt er iets onwelriekends uit. En vaak is er dan een andere collega die er ter goedkeuring nog even een plasje over moet doen. Nog even en we gaan als honden elkaars achterste besnuffelen.

Als ik collega's poep- en plasmetaforen hoor gebruiken moet ik mij tot het uiterste inspannen om het beeld van een poepende collega, met alle bijkomende geuren en geluiden, te onderdrukken. Meestal verlies ik die strijd en blijft er een penetrante stank in mijn brein hangen, die ik een aromatische 9 op de irrischaal geef.

Lekker

Ik heb lekker weer een aanleiding om me eens lekker te ergeren aan een woord. Een woord dat niet zo opvalt maar zich lekker stiekem nestelt tussen woorden die wel op zijn plaats zijn in een zin. Pas als je er op gaat letten ontdek je lekker de wolf in schaapskleren.

Het woord vermenigvuldigt zich het lekkerst in omgevingen waar men probeert je je lekker te laten voelen. Ik ontdekte het woekerende wezen van dit genotswoord in een restaurant. Al bij binnenkomst masseerde het woord mijn gemoed om me lekker ontspannen te maken, maar in werkelijkheid verdoofde het mijn brein om me lekker te onderwerpen aan zijn verslavende werking. Lekker dan.

'Goedenavond, zal ik uw jassen aannemen? Dank u wel. Lekker weertje hè? Gelukkig is het hier binnen lekker warm. Gaat u alvast lekker zitten, dan kom ik straks om te vragen of u iets lekkers wilt drinken.'

Een warm welkom, maar al dat lekkers is verdacht. Als je zo vaak moet benadrukken dat iets lekker is, dan ben je of een serieleugenaar, of ben je je niet bewust dat je een lekkerjunk bent. Ik vermoed dat je lekker meer nodig hebt om jezelf dan iemand anders een lekker gevoel te geven, maar toch stort je die berg lekkers over iemand anders uit. Een lekkerverslaving is ernstig. Je mentale vat met lekker wordt steeds lekker, maar helaas nooit leger.

Lekker smaakt me naarmate ik het vaker hoor steeds minder lekker. Lekker belangrijk, zul je denken, maar dat weerhoudt mij er lekker niet van lekker een vieze 8 op de irrischaal te geven. Lekker puh.

Bizar

Er heeft zich afgelopen weekend een bizar weerfenomeen voorgedaan. Eerlijk gezegd had ik het niet opgemerkt en ook had het KNMI geen weeralarm afgegeven, maar gelukkig was daar Peter Timofeeff die ons bij de les hield.

Wat voor bizars heeft zich dan voorgedaan? Een allesvernietigende sneeuwstorm die Sneek heeft weggevaagd? Zware vorst met een ijsaangroei van dertig centimeter in een nacht? Een windhoos met een kracht van F5? Een lokale hittegolf in Hardenberg die de sneeuw smolt tot modderstromen en het dorp vlaklegde?

Nee. Dit fenomeen heeft zich nog nooit voorgedaan. Peter verhaalde er kleurrijk over tijdens het weerbericht en hield mij zo in spanning dat mijn nagelbijtmanie na 20 jaar spontaan weer terugkeerde. Dit was uniek, zeldzaam en curieus. Ik kon het bijna niet geloven, maar volgens Peter bleek het toch mogelijk dat het in het noorden van het land winters was met lichte vorst en dat het in Limburg zelfs zes graden was! Hoe bizar.

Als dit het Guinness Book of Records niet haalt dan weet ik het niet meer. Zo iets bizars heb ik nog nooit beleefd. Dat ik dat in mijn toch al veel te korte leven nog mag meemaken. Ik zie mezelf over dertig jaar al voor de open haard zitten met mijn kleinkinderen en heroïsch vertellen over de ontberingen die opa heeft moeten doorstaan in de winter van 2010. Man van het jaar werd uiteraard Peter Timofeeff, die ondanks de verschrikkingen die het klimaat over ons uitstortte fier overeind bleef om het lijdende volk te steunen en te waarschuwen voor de gevaren van het weer.

Ik ben benieuwd welke term Peter zal gebruiken als er echt eens een modderstroom of een zeer sterke windhoos in Nederland plaatsvindt. Het zal een bizarrer woord dan bizar moeten zijn. Het zonderlinge misbruik van bizar en de inflatie die het woord daardoor ondergaat, waardeer ik met een buitenissige 5 op de irrischaal.

De Duitsers kunnen er ook wat van

In Duitsland is het Unwort des Jahres verkozen. Betriebsratsverseucht. Dat is zoiets als een filiaal met een ondernemingsraad. Het had dus net zo goed kunnen winnen als stoffigste woord van het jaar.

Lees er meer over op www.unwortdesjahres.org. Wel een überhässliches website trouwens. Haben wir sofort ein neuer Anwärter für nächstes Jahr.

Drie keer niks

Niks is - afgezien van de spelling - ongelijk aan niets. 'Wat?' hoor ik je zeggen. 'Niks en niets betekenen beide toch niet iets, noppes, niemandal, nul, geen moer?'

Toch is er een verschil. Het is namelijk wel mogelijk iets drie keer niks te vinden maar niet drie keer niets. Een voorbeeld: als je iemand vraagt wat hij of zij van de nieuwe CD van Frans Bauer vindt, dan is er maar één antwoord mogelijk: drie keer niks. Ik heb nog nooit iemand drie keer niets horen zeggen.

De uitspraak drie keer niks suggereert ook dat drie keer niks meer niks is dan een of twee keer niks. Of juist minder, want niks is niet iets. Wiskundig gezien is niks nul, dus drie keer niks is evenveel als ieder ander aantal keer niks, maar toch lijkt er in het taalgebruik wel een waarde ongelijk aan nul aan te worden gehecht.

Met drie keer niks wordt helemaal niks bedoeld. Dat stelt mij voor het volgende wiskundige conflict met de spreektaal: als drie keer niks helemaal niks is, dan is meer dan drie keer niks onmogelijk, want helemaler dan helemaal kan niet. Toch zou ik best iets kunnen verzinnen wat vier, vijf of twintig keer niks is. De vorige CD van Frans Bauer bijvoorbeeld.

Ja, ik weet het, taal is doorspekt met modaliteiten en houdt niet van absolute begrippen. Ik houd niet van een overdosis populariteiten en zeker niet als die absolute begrippen misbruiken. Daarom vind ik de uitspraak drie keer niks zeven keer 1. Of wortel 49. Of het atoomnummer van stikstof. Of het geluksgetal. Op de irrischaal.

Letterlijk

Het strooizout is op. Dat is in sneeuwrijke tijden geen goed nieuws. Menig burgemeester zit dan ook in zak en as, omdat de wegen steeds witter en gladder worden. Langzaam glijden we over de sneeuwhopen af naar chaos op de wegen. Veel burgemeesters smeken alle buurgemeenten of ze nog wat zout kunnen lenen.

Je zou verwachten dat burgemeesters amicaal en collegiaal met elkaar omgaan en elkaar graag wat lenen als ze iets over hebben. Niet dus, volgens een burgemeester die werd geïnterviewd op Radio 1. Ook als ze zout over hebben blijft het zoutdepot gesloten: eigen asfalt eerst. De zoutarme burgemeester was danig teleurgesteld in zijn ruimbezouten ambtsbroeders.

De interviewer: 'U heeft dit dus letterlijk en figuurlijk bij uw collega's aanhangig gemaakt?'
De zoutbehoeftige burgemeester: 'Maar natuurlijk.'

Hij heeft het dus letterlijk aanhangig én figuurlijk aanhangig gemaakt. Ik ben toch benieuwd wat daar het verschil tussen is. Iets aanhangig maken is een gezegde dus van zichzelf al figuurlijk. Hoe maak je dan iets letterlijk aanhangig? Volgens de letter van het woord, dus precies zoals het er staat, zou je verwachten dat je dat iets ergens aan hangt, maar met iets wat je niet hebt - het zout in dit geval - is dat wat lastig.

Letterlijk kan volgens Van Dale ook geheel en al betekenen. Dat lijkt me voor de hand liggend: als je een zouttekort aanhangig maakt bij anderen, dan doe je dat volledig. Het wordt wat ingewikkeld als je het op zijn van het zout half onder de aandacht brengt bij collega's. 'Die andere helft van het op zijn daar doen we niet moeilijk over hoor, die mag je negeren.'

Letterlijk wordt steeds vaker gebruikt om iets te benadrukken, zonder dat dat letterlijk moet worden opgevat. Van letterlijk blijft dus letterlijk niets aan betekenis over en krijgt het van mij een cijfermatig modderfiguur in de vorm van een 7 op de irrischaal.

Een nieuw jaar, een nieuw boek

Het afgelopen jaar eindigde voor mij met een beschamende nederlaag. Het publiek heeft besloten dat ik toch niet de taalzuurpruim van 2009 ben. De winst ging terecht naar de Taalpuristen, die er van de weeromstuit spontaan de brui aan gaven. Ze zullen nu worden herinnerd als de Taalzuristen.

Ik schud de schaamte van mij af en ga vol goede moed het nieuwe jaar in. Er staat weer veel te gebeuren in 2010: in mei verschijnt mijn tweede boek en in september de Irritaalscheurkalender. Meer informatie vind je in de de voorjaarsbrochure 2010 van Uitgeverij Sirene.

Het boek:

Omslagikzegdoen

De scheurkalender:

Voorkantscheurkalender

Stem mij naar de hoogste zuurgraad

Ik begrijp goed dat de Taalpuristen zichzelf de zuurste vinden - misschien hadden ze zich beter de Taalzuristen kunnen noemen - maar dat ze de verkiezing van de Taalzuurpruim van 2009 winnen, dat moeten we met zijn allen niet willen.

De eindsprint is bij dezen ingezet, dus stem mij naar de hoogste zuurgraad!

Professioneel

Ik heb zojuist de oplossing voor het werkloosheidsprobleem gevonden. Binnenkort hoeft niemand meer verplicht te solliciteren, want er is voor iedereen een baan voorhanden. En het mooie is dat iedereen die kan liggen voor deze baan is gekwalificeerd.

Misschien geef ik mijn eigen baan ook wel op voor deze nieuwe bezigheid. Uitdaging wil ik het niet noemen, ten eerste omdat uitdaging een bloedirritant woord is en ten tweede omdat dit werk niet veel van je vraagt. Je kunt het zelfs slapend doen. Wat wil je nog meer?

Dit zo'n goed idee dat het zelfs de economische crisis kan oplossen. Die ridderorde en Nobelprijs voor de economie heb ik al half binnen. Wat zal minister Bos trots op me zijn! Ik laat je niet langer in spanning: de nieuwe baan voor iedereen is namelijk professioneel zonnen.

Wat moet dat heerlijk zijn, 's ochtends op de fiets naar de zonnebankstudio, heerlijk onderuit onder de kunstmatige zon en 's avonds weer terug met de mooist denkbare après-skitint. Wel even oppassen dat je niet te veel UV-straling opvangt natuurlijk. Mocht het toch misgaan dan zorgt dit nadeel ook voor een economisch voordeel: een nieuwe arbeidsimpuls in de oncologie.

Wat? Bedoelen ze bij Sunday's juist níét dat je van beroep zonner moet worden? Wat dan? Zonnen als een vakman? Vast niet, want dat verwijst ook naar iemand die zont voor de kost. Ik krijg een zongetint vermoeden dat Sunday's professioneel verwart met zorgvuldig of verantwoord. Waren alle professionals maar verantwoord bezig. Vraag maar aan Dirk Scheringa.

Als taalamateur ben ik zorgvuldig genoeg om professioneel zonnen bij Sunday's een verantwoorde 7 op de irrischaal te geven.

Bij wijze van

Er moet me iets van het. Er is iets aan de hand met een gezegde waar ik me niet in kan. Ik ben niet op mijn mondje, dus ik neem geen blad voor de.

De eersten zullen de laatsten, maar ik sta vooraan om de verminking van een mooi gezegde een halt toe te. Het stoort me namelijk mateloos dat niemand het meer nodig lijkt te vinden om het gezegde 'bij wijze van' met het enig mogelijke werkwoord te completeren.

Als ik iemand 'bij wijze van' hoor zeggen, dan denk ik: bij wijze van... lopen? Punniken? Verhapstukken? De zinsnede 'bij wijze van' drukt een manier uit waarop iets gebeurt, dus er zou een willekeurig werkwoord op kunnen volgen, maar iedereen weet dat dat spreken moet zijn. Neem dan ook even die vier tiende seconde de tijd om het woord ook echt uit te spreken. Dat doet het gezegde en de toehoorder recht.

Spreken is zilver en zwijgen is, maar in dit geval is spreken goud. Bij wijze van irritatie geef ik bij wijze van-zeggers een 5 op de irrischaal. Dat zal ze mores.

Het irritantste woord of de irritantste uitdrukking van 2009 is...

Hun hebben

Dat is de overtuigende winnaar na 6992 uitgebrachte stemmen via internet en 429 via de boekhandels. De top 10 staat hieronder en de volledige uitslag vind je hier.

Iw2009

Een drietal

Wie tot tien kan tellen, kan de hele wereld bellen. Dat was een slagzin van KPN. De gedachte daarbij was dat (bijna) iedereen tot tien kan tellen, omdat het zo makkelijk is. Dus bij dezen vraag ik je om hardop tot tien te tellen. Ik geef je twee seconden de tijd je gedachten te ordenen en dan te beginnen: start!

(twee seconden pauze + een seconde of zeven om je de tijd te geven tot tien te tellen)

Mooi. Dat was makkelijk, niet? Ik ben benieuwd naar wat je hebt gezegd. Was het misschien:
één, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, tien? Ja? Dan heb je het fout.

Tot tien tellen gaat tegenwoordig namelijk zo: een ééntal, een tweetal, een drietal, een viertal, een vijftal, een zestal, een zevental, een achttal, een negental, een tiental. We hebben het niet meer over twee wedstrijden maar over een tweetal wedstrijden, niet over drie projectors maar over een drietal projectors, niet over vier principes maar over een viertal principes en ga zo maar door. Voorbeelden te over.

Waar komt de drang voor het gebruik van het achtervoegsel -tal vandaan? Meestal is het niet nodig. Als er een aantal mensen of dingen worden aangeduid die bij elkaar horen en als eenheid fungeren, dan vind ik het gegrond. Een (voetbal)elftal bijvoorbeeld. Het aantallensyndroom komt voort uit intrinsieke nakakeldrang en dikdoenerij. Het liefst denken we zo weinig mogelijk na bij wat we zeggen, maar willen we wel gewichtig overkomen.

'Wacht eens even,' hoor ik taalkundigen al zeggen, 'hoezo "tegenwoordig"? Vroeger werd een tweetal, drietal, viertal, enzovoorts ook heel vaak gebruikt. Zie bijvoorbeeld hier en hier.' Dat klopt, het taalgebruik van vroeger komt nu vaak formeel en dikdoenerig over. Waarschijnlijk heeft de nakakeldrang tegenwoordig dus een groter aandeel in dit taalfenomeen dan dikdoenerij.

Niet om het eental of ander, maar na weinig vijftallen en zestallen krijgt -tal een nultal op het rekest en waardeer ik dat met een vijftal op de irrischaal. Dit om te voorkomen dat alles in het honderdtal loopt.

Respect

Er was eens een woord. Het was een prettig aanvoelend, positief woord. Mensen die het woord hoorden kregen spontaan een warm gevoel van binnen en ervoeren een sprankje zuiver geluk. Het woord spoorde mensen aan het ook tegen andere mensen te zeggen zodat ook die gelukkiger werden.

Het ging lang goed met het woord. Hoe vaker het werd gezegd, hoe vrolijker het het volk maakte. Het werd gekoesterd en velen vonden dat er geen mooier woord bestond. Het had geen spoor van negativiteit. Er gingen zelfs stemmen op om het woord een koninklijk predicaat te geven. Het was zelfs zo geliefd dat de verheffing van het woord tot cultureel erfgoed vele politieke agenda's haalde.

Tot op een zwarte dag het woord iets van zijn glans verloor. Weinigen hadden het zien aankomen, maar toen dat eenmaal was gebeurd, was er geen weg meer terug. Het woord had de hersenen van het volk verdoofd en geleidelijk begonnen mensen de betekenis van het woord te vergeten. Het woord had zich zo diep in hun hoofden geworteld dat mensen het zomaar, zonder aanleiding zeiden.

De betekenis van het woord werd allengs onduidelijker, maar het gebruik van het woord nam alleen maar toe. Tot, op een zekere dag, bijna niemand meer wist wat het betekende. Mensen zeiden het zelfs als ze elkaar tegenkwamen of afscheid namen, omdat 'hallo', 'dag' of 'hé' in onbruik waren geraakt.

Het woord werd minder en minder geliefd. Na zeven donkere jaren van rampspoed betekende het woord het tegenovergestelde van wat het oorspronkelijk betekende. Het werd je laatdunkend toegeworpen als iemand je had opgemerkt maar geen zin had om je verder ook maar een blik waardig te gunnen. Mensen kregen een hekel aan het woord.

De koning vond het zo langer niet kunnen en vaardigde een decreet uit van 7 op de irrischaal. Als bij toverslag was het volk genezen en het volk beloofde de koning plechtig het woord nooit meer ijdel te gebruiken. Respect had zijn werkelijke betekenis hervonden. En het leefde nog lang en gelukkig.

Hoe een Dutch Bloggie je leven verandert

(Verschenen als gastbijdrage op www.dutchbloggies.nl)

'Geen ene reet.'
Dat is wat Luna zei toen haar gevraagd werd wat voor profijt je hebt van het winnen van een Bloggie. Heeft ze toch maar mooi drie keer geen ene reet gewonnen. Dat kunnen weinigen haar nazeggen.

Waar is al dat geblog dan goed voor? Wat drijft ons tot bloggen? Na een lange werkdag en dagelijkse sleurdingetjes plof je vermoeid op de bank neer, maar gun je jezelf geen rust want je hebt nog geen stukje geschreven. Dat stukje zit in je hoofd en het moet eruit. Weer zoek je hoe je je bron van creativiteit kunt aanboren om een puntig stukje tekst te produceren. Partners, kinderen en huisdieren worden gruwelijk genegeerd als Het Grote Schrijven in gang is. Ze worden niet geacht te storen want De Schrijver mag niet uit zijn mentale tour de force gehaald worden.

Het is het allemaal waard. Je gezin mag er onder lijden, de kwaliteit van je sociale leven mag gereduceerd worden tot dat van een sinaasappel, want De Boodschap moet aan de wereld verkondigd worden. Hoe groot die wereld is weet je niet als je begint met bloggen. Natuurlijk denk je dat je blog na een week al honderden bezoekers per dag trekt, maar als je na twee maanden misschien drie reacties hebt gehad, en dan ook nog van je vader of moeder, dan merk je dat jouw blogje verzuipt in de oceaan van weblogs. Het is onbegrijpelijk dat de wereld niet ziet dat jouw schrijfsels ver boven de andere vlugschriften uitsteken.

Aandacht heb je dus nodig, en veel ervan. En ook vlug een beetje. Aanmelden voor de Google-index heeft echt geen zin, want Google is wel slim maar kan geen kwaliteit herkennen. Linkpagina's hebben hun beste tijd ook wel gehad, daar kijkt niemand meer op. Tweets vervliegen sneller dan het saldo van de DSB-bank dus die beklijven ook niet. Het enige dat aandacht genereert is een prijs winnen die er toe doet. En daar is er maar één van: een Dutch Bloggie!

Als je dus slim bent dan heb je je weblog genomineerd en als je goed bent dan sta je nu in de longlist, zo simpel is het. En als je écht goed bent dan win je gewoon een Bloggie. En als dát gebeurt, dan krijg je behalve een prachtige prijs..... geen ene reet. Volgens Luna dan. Ik heb er wel een reet aan overgehouden en misschien wel twee. Want wat de Dutch Bloggie in de categorie persoonlijk mij (behalve erkenning voor mijn - ahum - prachtige schrijfstijl) heeft opgeleverd is veel aandacht. Ook aandacht van een uitgever, die mijn weblog in boekvorm wilde publiceren.

Je kunt de Dutch Bloggies becommentariëren, afzeiken, incestueus noemen, van nepotisme beschuldigen, tegenverkiezingen organiseren, het mag allemaal, maar een ding is zeker: de verkiezing van de Dutch Bloggies is gewoon leuk. Niet meer en niet minder. En wie weet waar het winnen van een Bloggie voor jou toe kan leiden.

Wellness

'Kopje koffie?'
- 'Nee meid, ik ben helemaal van de koffie af joh!'
'Hoezo?'
- 'Nou, ik zeg ik hoorde dat het hartstikke slecht voor je bloedvaten en chorelestol is. Je weet wel, Nel, die van de overkant, die is der helemaal hypertendentieus van geworden joh.'
'Echt waar? Tjonge.'
- 'Nee, dus ik ging gelijk aan de groene thee. Echt sloten dronk ik ervan. Ik las dat die antioxo, antioxido, antioxitanden die erin zitten alle vrije radicalen opvangen.'
'Radicalen? Van die enge moslims?'
- 'Ja, nee joh. Niet van die moslims, maar radicalisering in je bloed. Want in de Libelle stond dat die je cellen opvreten.'
'Echt? Dan zal ik ook maar aan de gr...'
- Nee meid, niet doen! Ik zeg ik ben alweer gestopt hoor, zeg ik, want op internet las ik dat die antioxodanten veel te veel radicalen opvreten en dat is dan weer níet goed voor je.'
'Jeetje. Maar wat moet je dan drinken?'
- 'Wellness.'
'Wat?'
- 'Jaha, kruiden wellness. Vandaag op tv gezien. En wellness is goed voor je want dat betekent gezondheid.'
'Wellness... Eh, dat doen ze ook bij ons op de sportschool.'
- 'Zie je wel dat het gezond voor je is?'
'Ja, dat moet dan wel. Maar, die wellness, krijg je daar dan echt niks van?'
- 'Ik denk van niet, maar op internet las ik dat je er wel een 7 voor kunt krijgen.'
'Een 7?'
- 'Ja, op de irrischaal.'

Passie

Iedere sollicitant heeft het. Iedere kok heeft het. Iedereen die dansjes op tv doet heeft het. Iedere deelnemer in een wegstem-tv-programma heeft het. Jezus Christus had het. Sinds kort heeft Mart Smeets het ook, of - mag ik dat zeggen, ja dat mag ik zeggen - hij had het al langer maar typeert zijn vooral op zich zelf indruk wekkende carrière er mee. Ik vermoed dat zelfs de daklozenkrantventer het heeft. En ik heb het niet.

Passie.

Passie, passie, passie. Stapelgek word ik van dat woord. Je mag niets meer doen zonder passie. Het is een ongeschreven regel. Als je niet overduidelijk je passie laat blijken dan word je niet gehoord, dan ben je een grijs en zielig geval dat vervaagt in de massa. Je werk moet je met passie doen, sporten moet met passie, schrijven moet met passie, in de regen wachten op een bus moet met passie, je broek ophalen moet met passie, ja zelfs passie beleven moet met passie. Zonder passie lijkt het leven zinloos.

Ik vind veel dingen leuk om te doen en aan sommige beleef ik zelfs intens plezier, maar passie? Ik vrees dat ik het niet of zelden heb. Met hartstocht jezelf volledig overgeven aan iets en er in opgaan tot je genot je tot een extatisch hoogtepunt drijft: heerlijk moet het zijn, maar ik heb het niet.

Zelfs het met weinig zelfspot behepte instituut dat Mart Smeets heet heeft het en ik niet. Noem me een gevoelloze ploert, maar ik vind passie het meest misbruikte opblaaswoord dat er is. Het enige waar ik wellicht passie voor kan voelen is het bestrijden van het woord passie. Het mag duidelijk zijn: ik pas voor passie een geef dit woord een 9 op de irrischaal.

Verkiezing

Boek

Dutch Bloggies

  • Winnaar 2008 in de categorie Persoonlijk.

Feedburner